Inhoud regenton berekenen: zo vind je de juiste maat

Bas van Leeuwen

De inhoud van een regenton berekenen doe je door je dakoppervlak te vermenigvuldigen met de jaarlijkse neerslag op jouw locatie. Dat geeft je een beeld van hoeveel regenwater er beschikbaar is, en van daaruit bepaal je welke toninhoud bij jouw situatie past. Hieronder lees je precies hoe je dat aanpakt, met een concreet rekenvoorbeeld.

De formule voor het berekenen van de inhoud regenton

De basisberekening bestaat uit twee stappen. Eerst bereken je hoeveel regenwater er per jaar van je dak valt, daarna koppel je dat aan je watergebruik in de tuin of voor andere doeleinden.

Stap 1: dakoppervlak (m²) x neerslag (mm/jaar) = beschikbaar regenwater in liters per jaar

In Nederland valt gemiddeld ongeveer 800 millimeter regen per jaar. Dat is gelijk aan 800 liter per vierkante meter. Heb je een dakoppervlak van 50 m² dat op je regenton afwatert? Dan vang je in theorie 50 x 800 = 40.000 liter per jaar op. In de praktijk gaat er altijd wat verloren door verdamping, overloop en de eerste spoel van het dak. Reken daarom op een benutbaar aandeel van circa 80 tot 90 procent, dus in dit voorbeeld zo’n 32.000 tot 36.000 liter.

Stap 2: hoeveel water gebruik je?

Een regenton hoef je niet te dimensioneren op de jaarlijkse opbrengst, maar op je piekgebruik in droge periodes. Een moestuin van 20 m² heeft in een droge zomerperiode al snel 20 tot 30 liter per dag nodig. Als zo’n periode drie weken aanhoudt, verbruik je 420 tot 630 liter. Een regenton van 500 liter is dan krap; een exemplaar van 750 tot 1.000 liter geeft meer zekerheid.

Concreet rekenvoorbeeld

Gegeven Waarde
Dakoppervlak dat afwatert 40 m²
Gemiddelde neerslag Nederland 800 mm/jaar
Theoretische opvangst per jaar 40 x 800 = 32.000 liter
Benutbaar (90%) ~28.800 liter/jaar
Piekgebruik tuin (3 weken droogte) ~500 liter
Aanbevolen toninhoud 750 tot 1.000 liter

Aan dit voorbeeld zie je dat een dakoppervlak van 40 m² ruim voldoende regen levert om een ton van 750 liter meerdere keren per jaar te vullen. De ton hoeft dus niet de totale jaaropbrengst bij te houden; ze fungeert als buffer tussen regenbui en droge periode.

Welke factoren beïnvloeden de benodigde inhoud?

  • Tuinoppervlak en type beplanting. Een grote siertuin of groentetuin vraagt meer water dan een klein perkje. Hoe meer je water geeft, hoe groter de ton die je nodig hebt.
  • Dakoppervlak dat afwatert op de ton. Een groter aansluitend dak vult de ton sneller bij. Bij een klein dak loop je sneller tegen de bodem aan.
  • Regio. In het westen en zuidwesten van Nederland valt gemiddeld iets meer neerslag dan in het oosten. Dat scheelt een paar procent in je jaaropbrengst, maar is zelden doorslaggevend voor de keuze van toninhoud.
  • Gebruik buiten beregening. Gebruik je de ton ook voor het schoonspuiten van tuinmeubilair, het wassen van de auto of het vullen van een vijver? Reken dat gebruik dan mee in je piekschatting.

Praktische vuistregels voor de toninhoud

Voor een gemiddelde achtertuin van 50 tot 100 m² is een ton van 200 tot 300 liter aan de kleine kant voor droge zomers. Je vult hem snel, maar hij raakt ook snel leeg. Een ton van 500 liter is een veelgekozen middenweg voor kleinere tuinen. Grotere tuinen of tuinen met intensieve groenteverbouw profiteren van een ton van 750 tot 1.500 liter, of van meerdere gekoppelde tonnen.

Meerdere kleinere tonnen koppelen kan slim zijn als je de ruimte niet hebt voor één grote ton. Twee tonnen van 300 liter geven samen dezelfde capaciteit als één ton van 600 liter, maar zijn makkelijker te plaatsen en te verplaatsen.

Zodra je de inhoud van je gewenste regenton hebt berekend, controleer je of je dakoppervlak groot genoeg is om die ton in een gemiddeld regenrijke periode te vullen. Is het dak te klein of de ton te groot, dan staat de ton een groot deel van de zomer halfleeg. Is de ton te klein voor je watergebruik, dan loop je in droge weken toch te kort. Die balans vinden is de kern van een goede berekening.