De oppervlakte van een dak berekenen doe je door de lengte en breedte van het dakvlak met elkaar te vermenigvuldigen. Bij een plat dak is dat eenvoudig; bij een schuin dak houd je ook rekening met de hellingshoek, waardoor het dakvlak groter is dan de vloeroppervlakte eronder. Hieronder lees je hoe je beide berekent, inclusief een rekenvoorbeeld.
Plat dak: oppervlakte berekenen
Bij een plat dak is de berekening recht toe recht aan. Je meet de lengte en de breedte van het dak en vermenigvuldigt die twee getallen met elkaar. Stel dat je dak 8 meter lang is en 6 meter breed, dan is de oppervlakte 8 x 6 = 48 m².
Let op: meet je het dak altijd aan de buitenkant, inclusief de dakrand of overstek. Dat oppervlak is iets groter dan de vloeroppervlakte van de ruimte eronder. Voor materiaalbestellingen, zoals dakbedekking of isolatie, gebruik je altijd het werkelijke dakvlak, niet de binnenruimte.
Oppervlakte schuin dak berekenen
Een schuin dak heeft een groter oppervlak dan je op het eerste gezicht zou verwachten, omdat de dakpannen langs een helling lopen. Er zijn twee manieren om dit te berekenen: via de hellingshoek of via een vermenigvuldigingsfactor op basis van de dakpitch.
Methode 1: via de hellingshoek
Als je de hellingshoek van je dak weet, gebruik je de volgende formule:
Dakvlak = vloeroppervlakte ÷ cos(hellingshoek)
Bij een hellingshoek van 30 graden is cos(30°) ongeveer 0,87. Heeft de vloeroppervlakte eronder een oppervlak van 48 m², dan is het dakvlak 48 ÷ 0,87 = circa 55 m². Hoe steiler het dak, hoe groter het verschil met de vloeroppervlakte.
Methode 2: via een vermenigvuldigingsfactor
Als je de hellingshoek niet precies weet maar de helling wel globaal kent, gebruik je een vaste factor. Dit is ook handig als je niet veilig op het dak kunt komen om te meten. De factor vermenigvuldig je dan met de vloeroppervlakte onder het dak.
| Hellingshoek | Vermenigvuldigingsfactor |
|---|---|
| 15° | 1,04 |
| 20° | 1,06 |
| 25° | 1,10 |
| 30° | 1,15 |
| 35° | 1,22 |
| 40° | 1,31 |
| 45° | 1,41 |
Voorbeeld: je hebt een vloeroppervlakte van 48 m² en een dakpitch van 35°. Dan bereken je: 48 x 1,22 = circa 58,6 m². Dat is hoeveel dakmateriaal je minimaal nodig hebt voor dit dakvlak.
Zadeldak, mansardedak of meerdere dakvlakken
De meeste woningen hebben een zadeldak, met twee schuine dakvlakken aan weerszijden. Je berekent dan elk dakvlak afzonderlijk en telt de uitkomsten op. Zijn beide zijden even groot (wat bij een symmetrisch zadeldak zo is), dan verdubbel je de uitkomst van één dakvlak.
Bij een mansardedak of een dak met meerdere hoeken meet je elk vlak apart. Een L-vormig dak of een dak met dakkapellen heeft meer losse vlakken. Verdeel het dak in eenvoudige rechthoeken of driehoeken, bereken elk stuk, en tel de oppervlakten bij elkaar op. Vergeet bij driehoekige vlakken (zoals bij puntgevels) de formule: ½ x basis x hoogte.
Handige tips bij het opmeten
- Meet altijd aan de buitenkant van het dak, inclusief overstekken.
- Weet je de hellingshoek niet? Meet de horizontale afstand (aanslaglengte) en de verticale hoogte (stijging). De verhouding stijging per meter horizontaal geeft de pitch. Met de arctan-functie op een rekenmachine zet je dit om naar graden.
- Kun je niet veilig op het dak? Gebruik dan de vermenigvuldigingsfactor op basis van de vloeroppervlakte, zoals hierboven beschreven.
- Bestel bij materialen altijd 10 tot 15% extra voor snijverlies en uitval.
- Dakkapellen en schoorstenen tel je niet mee in het te isoleren of te bekleden oppervlak, maar trek je af van het totale dakvlak.
Rekenvoorbeeld van begin tot eind
Stel: je hebt een woning van 9 meter lang en 7 meter breed, met een zadeldak van 35°. De vloeroppervlakte onder het dak is 9 x 7 = 63 m². Je vermenigvuldigt dit met de factor 1,22 voor 35°: 63 x 1,22 = 76,9 m². Dat is het totale dakvlak. Voor een zadeldak met twee gelijke helften is elk dakvlak afzonderlijk dus circa 38,4 m².
Wil je vervolgens dakisolatie bestellen, reken dan op 76,9 m² plus circa 10% extra = zo’n 85 m² aan materiaal. Zo kom je niet tekort bij het uitvoeren van de klus.
Met deze methode kun je in de meeste gevallen de oppervlakte van je dak zelf uitrekenen, zonder dure meetapparatuur of iemand op het dak. Twijfel je over de hellingshoek of heb je een ingewikkelde dakconstructie? Een dakdekker of bouwkundige kan de meting voor je uitvoeren en meteen de juiste hoeveelheid materiaal bepalen.
