Tijd berekenen doe je door het begintijdstip van het eindtijdstip af te trekken. Dat klinkt eenvoudig, maar zodra je over middernacht gaat, met minuten en uren werkt, of meerdere tijdsblokken optelt, gaat het regelmatig mis. In dit artikel lees je precies hoe je tijdsduur berekent, met concrete rekenvoorbeelden.
Hoe bereken je de tijd tussen twee momenten?
De basisregel: trek de begintijd af van de eindtijd. Werk daarbij altijd in hetzelfde formaat. Gebruik uren en minuten apart, of zet alles eerst om naar minuten.
Voorbeeld: je begint om 09:15 en stopt om 17:45. Je berekent dit als volgt:
- Uren: 17 min 9 = 8 uur
- Minuten: 45 min 15 = 30 minuten
- Totaal: 8 uur en 30 minuten
Zijn de minuten van de eindtijd kleiner dan die van de begintijd? Dan leen je een uur. Stel je begint om 08:45 en eindigt om 12:10. De minuten werken dan zo: 10 min 45 lukt niet direct, dus je leent 1 uur (60 minuten). Dan is het 70 min 45 = 25 minuten. De uren worden dan 12 min 8 min 1 (geleend uur) = 3 uur. Totaal: 3 uur en 25 minuten.
Tijdsduur berekenen via decimalen
Voor berekeningen met werkuren of salarisadministratie werk je soms met decimale tijd. Daarbij stel je het uur voor als 1,0 en is een halfuur 0,5. Je zet minuten om naar decimalen door ze te delen door 60.
Voorbeeld: 45 minuten gedeeld door 60 = 0,75. Een werktijd van 7 uur en 45 minuten is dus 7,75 uur. Dat maakt optellen en vermenigvuldigen (voor een uurtarief) een stuk eenvoudiger.
| Minuten | Decimaal |
|---|---|
| 15 minuten | 0,25 |
| 30 minuten | 0,50 |
| 45 minuten | 0,75 |
| 20 minuten | 0,33 |
| 40 minuten | 0,67 |
Tijd berekenen over middernacht
Gaat de tijdsduur over middernacht heen? Dan tel je het aantal minuten tot middernacht (00:00) op bij het aantal minuten na middernacht. Stel je werkt van 22:30 tot 06:15.
- Van 22:30 tot 00:00 = 1 uur en 30 minuten
- Van 00:00 tot 06:15 = 6 uur en 15 minuten
- Totaal: 7 uur en 45 minuten
Een andere handige methode: tel 24 uur op bij de eindtijd en trek de begintijd er dan gewoon van af. 06:15 wordt dan 30:15. Van 30:15 min 22:30 = 7 uur en 45 minuten. Zelfde uitkomst, maar één berekening.
Meerdere tijdsblokken optellen
Werk je met meerdere periodes, zoals pauzes of verschillende projectblokken? Tel dan de minuten en uren apart op, en zet elke 60 minuten om naar een extra uur.
Voorbeeld: drie blokken van 1u15, 2u40 en 0u50.
- Uren: 1 + 2 + 0 = 3 uur
- Minuten: 15 + 40 + 50 = 105 minuten
- 105 minuten = 1 uur en 45 minuten
- Totaal: 4 uur en 45 minuten
Handige hulpmiddelen voor tijd berekenen
Met de hand rekenen werkt goed voor eenvoudige berekeningen. Voor langere lijsten of terugkerende berekeningen gebruik je beter een spreadsheet of een online tijdcalculator. In Excel of Google Sheets zet je tijden in het formaat UU:MM en gebruik je een eenvoudige aftrekformule. Zorg daarna dat je de cel opmaakt als tijdformaat, anders zie je een decimaal getal.
Online tools voor het berekenen van tijdsduur zijn gratis beschikbaar en vragen alleen een begin- en eindtijd. Ze werken ook goed bij berekeningen over middernacht en met meerdere pauzeblokken, wat handmatig de meeste fouten oplevert.
Of je nu werkuren bijhoudt, een projectplanning opstelt of gewoon wil weten hoe lang iets duurde: zodra je de methode kent en weet wanneer je minuten moet “lenen” of over middernacht moet rekenen, gaat tijd berekenen vrijwel automatisch goed.
