De inhoud van een pot berekenen doe je met de formule voor een cilinder: V = π × r² × h, waarbij r de straal van de pot is en h de hoogte. Vul je de straal in centimeters in, dan krijg je de inhoud in kubieke centimeter (cm³). Wil je weten hoeveel milliliter of liter de pot bevat, dan reken je dat eenvoudig om. Hieronder lees je precies hoe dat werkt, inclusief een rekenvoorbeeld.
Waarom de cilinderformule werkt voor een pot
De meeste potten (inmaakpotten, bloempotten, kookpotten) hebben een ronde doorsnede en rechte wanden. Dat maakt ze wiskundig gezien een cilinder. De inhoud van een cilinder bereken je door de oppervlakte van de bodem te vermenigvuldigen met de hoogte. De bodem is een cirkel, en de oppervlakte van een cirkel is π × r². Dus de totale formule wordt:
V = π × r² × h
Hierbij is π (pi) gelijk aan ongeveer 3,14159, r is de straal (de helft van de diameter) en h is de hoogte van de pot. Let op: gebruik altijd dezelfde eenheid voor r en h. Werk je in centimeters, dan krijg je de uitkomst in cm³.
Inhoud pot berekenen: stap voor stap
Volg dit stappenplan om de inhoud van je pot te berekenen:
- Stap 1: meet de diameter. Meet de binnenkant van de pot van rand tot rand. Dit is de diameter.
- Stap 2: bereken de straal. Deel de diameter door 2. Heeft de pot een binnendiameter van 10 cm, dan is de straal 5 cm.
- Stap 3: meet de hoogte. Meet de binnenhoogte van de pot, dus van de bodem tot aan de rand.
- Stap 4: vul in. Gebruik de formule V = π × r² × h.
- Stap 5: reken om. 1 cm³ = 1 milliliter. Deel door 1000 om liters te krijgen.
Rekenvoorbeeld: een gewone inmaakpot
Stel, je hebt een inmaakpot met een binnendiameter van 10 cm en een binnenhoogte van 15 cm. De straal is dan 5 cm. Je berekening ziet er zo uit:
V = π × 5² × 15
V = 3,14159 × 25 × 15
V = 3,14159 × 375
V ≈ 1178 cm³
Omdat 1 cm³ gelijk is aan 1 ml, heeft deze pot een inhoud van ongeveer 1178 ml, ofwel bijna 1,2 liter. Dat klopt goed met wat er doorgaans op inmaakpotten van dit formaat staat.
Wat als de pot niet perfect cilindrisch is?
Veel potten zijn niet perfect recht. Ze lopen iets taps toe, hebben een dikkere bodem of een smallere opening. In dat geval is de cilinderformule een benadering. Voor de meeste praktische situaties is die benadering goed genoeg, zeker als je de gemiddelde diameter neemt (bovenaan en onderaan meten, dan optellen en delen door 2).
Bij een pot die sterk taps toeloopt (meer een kegel of een afgeknotte kegel) werkt de cilinderformule minder goed. Dan is het makkelijker om de pot simpelweg met water te vullen en het volume af te lezen met een maatbeker.
Snel omrekenen: cm³, ml en liter
De omrekening tussen de meest gebruikte eenheden is eenvoudig:
- 1 cm³ = 1 ml
- 1000 cm³ = 1 liter
- 1 dl = 100 ml = 100 cm³
Heb je de inhoud in cm³ berekend, dan hoef je alleen maar door 1000 te delen voor liters, of door 100 voor deciliters.
Met de formule V = π × r² × h en een simpele meting kom je in de meeste gevallen heel snel op een betrouwbaar getal uit. Meet altijd de binnenmaat van de pot, want de wanddikte telt niet mee voor de bruikbare inhoud.
