De omtrek van een buis bereken je met de formule omtrek = π × d, waarbij d de buitendiameter van de buis is. Gebruik je de straal, dan is de formule omtrek = 2 × π × r. Dit is precies hetzelfde als de omtrek van een cirkel, want de dwarsdoorsnede van een buis is een cirkel.
Stel: je hebt een buis met een buitendiameter van 50 mm. De omtrek is dan π × 50 = 3,1416 × 50 = 157,08 mm. Wil je weten hoe lang een beugel, een isolatiemat of een label om de buis moet zijn? Dan is dit het getal dat je nodig hebt.
De formule voor het berekenen van de omtrek van een buis
De twee formules die je gebruikt zijn:
- Omtrek = π × d (met de diameter)
- Omtrek = 2 × π × r (met de straal)
Hierin is π (pi) altijd 3,14159… Je kunt voor snelle berekeningen 3,14 aanhouden, maar voor nauwkeurig werk gebruik je 3,1416 of de π-knop op je rekenmachine.
De diameter is de afstand van buitenkant tot buitenkant, dwars door het midden van de buis. De straal is de helft daarvan. In de praktijk staat op buizen, fittingen en technische tekeningen bijna altijd de diameter vermeld, dus de formule met d is het meest praktisch.
Rekenvoorbeelden bij verschillende buisdiameters
Hieronder zie je een aantal veelgebruikte buismaten met de bijbehorende omtrek:
| Buitendiameter (mm) | Omtrek (mm) | Omtrek (cm) |
|---|---|---|
| 22 mm | 69,1 mm | 6,91 cm |
| 32 mm | 100,5 mm | 10,05 cm |
| 50 mm | 157,1 mm | 15,71 cm |
| 75 mm | 235,6 mm | 23,56 cm |
| 110 mm | 345,6 mm | 34,56 cm |
| 160 mm | 502,7 mm | 50,27 cm |
Heb je een andere maat? Vermenigvuldig de buitendiameter in millimeters eenvoudig met 3,1416 en je hebt de omtrek in millimeters.
Buitendiameter of binnendiameter: welke gebruik je?
Dit is de meest gemaakte fout bij het berekenen van de omtrek van een buis. Een buis heeft twee diameters: de buitendiameter en de binnendiameter. Welke je nodig hebt, hangt af van de toepassing.
Wil je weten hoe lang een isolatieschaal, een klemband of een etiket om de buis moet? Dan gebruik je de buitendiameter. De buitenkant is immers wat je omhult. Wil je berekenen hoeveel vloeistof door de buis stroomt, of de doorstroomopening bepalen? Dan is de binnendiameter relevant, maar die heeft niets met de omtrek van de buis zelf te maken.
Bij koperen leidingen, stalen buizen en kunststof rioleringsbuizen staat op de verpakking en in catalogi bijna altijd de buitendiameter vermeld. Let wel op: bij sommige buisnormen, zoals de Engelse DN-aanduiding (diameter nominaal), is het opgegeven getal niet de werkelijke buitendiameter maar een nominale maat. Check in dat geval de technische specificaties voor de echte buitendiameter.
Omtrek meten als je de diameter niet weet
Heb je een buis voor je maar geen tekening of specificatie, en wil je toch de omtrek weten? Dan zijn er twee opties.
De eerste optie is de omtrek direct opmeten. Leg een meetlint of een stuk touw strak om de buis heen en meet de lengte af. Dit geeft je de omtrek direct, zonder rekenen. Nuttig als je een beugel of tape wilt afmeten.
De tweede optie is de diameter meten met een schuifmaat en daarna de formule toepassen. Plaats de schuifmaat aan de buitenkant van de buis, lees de diameter af en reken: omtrek = π × d. Een schuifmaat geeft een nauwkeuriger resultaat dan een meetlint om een ronde buis.
Stap voor stap de omtrek van een buis berekenen
- Bepaal de buitendiameter van de buis (in mm, cm of meters).
- Gebruik de formule: omtrek = π × d.
- Vul in: vermenigvuldig de diameter met 3,1416.
- Het resultaat is de omtrek in dezelfde eenheid als de diameter.
Voorbeeld: een afvoerbuis heeft een buitendiameter van 110 mm. Omtrek = 3,1416 × 110 = 345,6 mm, oftewel ongeveer 34,6 cm. Wil je een label om die buis plakken van precies één omwenteling, dan bestel je een label van 34,6 cm breed.
Gebruik voor snelle berekeningen de π-knop op je telefoon of rekenmachine. Zo maak je geen afrondingsfouten en werkt de formule voor elke buisdiameter die je tegenkomt.
