Het gemiddelde berekenen doe je door alle waarden bij elkaar op te tellen en dat totaal te delen door het aantal waarden. Dat is de kern van de formule, en in de meeste gevallen is dat alles wat je nodig hebt. Of je nu schoolcijfers, temperaturen of andere getallen wilt middelen: de rekenmethode is steeds dezelfde.
De formule voor het gemiddelde berekenen
De formule ziet er zo uit:
Gemiddelde = som van alle waarden ÷ aantal waarden
Stel dat je vijf cijfers hebt: 6, 7, 8, 5 en 9. Je telt ze op: 6 + 7 + 8 + 5 + 9 = 35. Daarna deel je door het aantal cijfers, in dit geval 5. Het gemiddelde is dan 35 ÷ 5 = 7. Simpel en snel.
Stap voor stap een gemiddelde uitrekenen
- Verzamel alle waarden die je wilt meenemen.
- Tel alle waarden bij elkaar op tot één totaal.
- Deel het totaal door het aantal waarden.
- Rond af als dat nodig is, bijvoorbeeld op één of twee decimalen.
Bij schoolcijfers wordt het eindcijfer vaak afgerond op één decimaal. Een gemiddelde van 7,35 wordt dan 7,4. Let altijd op hoe je afrondingsregel luidt, want dat kan per school of opleiding verschillen.
Gewogen gemiddelde berekenen
Soms tellen niet alle waarden even zwaar mee. Dat noem je een gewogen gemiddelde. Denk aan een vak waarbij een tentamen drie keer zo zwaar telt als een tussentoets. In dat geval geef je elke waarde een gewicht mee en pas je de formule aan.
Gewogen gemiddelde = (waarde × gewicht + waarde × gewicht + …) ÷ totaal gewicht
Een voorbeeld: je hebt een tussentoets met een 6 (gewicht 1) en een tentamen met een 8 (gewicht 3). Je berekening wordt dan: (6 × 1) + (8 × 3) = 6 + 24 = 30. Dat deel je door het totale gewicht: 1 + 3 = 4. Het gewogen gemiddelde is 30 ÷ 4 = 7,5. Zonder de weging had het gemiddelde 7,0 geweest, dus het verschil kan flink oplopen.
Gemiddelde berekenen in Excel of Google Sheets
Wil je snel het gemiddelde van een reeks getallen berekenen zonder handmatig op te tellen? In Excel en Google Sheets gebruik je de functie =GEMIDDELDE(). Selecteer daarbinnen de cellen met je getallen, bijvoorbeeld =GEMIDDELDE(A1:A10), en je krijgt direct het rekenkundig gemiddelde. Voor een gewogen gemiddelde gebruik je =SOMPRODUCT() in combinatie met =SOM().
Veelgemaakte fouten bij het gemiddelde berekenen
Een veelgemaakte fout is vergeten hoeveel waarden je hebt. Tel je er per ongeluk één te weinig of te veel, dan klopt het eindresultaat niet. Check dus altijd of je deler overeenkomt met het werkelijke aantal getallen.
Een andere valkuil is het door elkaar halen van het rekenkundig gemiddelde met de mediaan of de modus. Het gemiddelde kan sterk beïnvloed worden door uitschieters. Als een groep van vier mensen respectievelijk 1.000, 1.200, 1.100 en 50.000 euro verdient, geeft het gemiddelde van 13.325 euro een vertekend beeld. In zo’n geval zegt de mediaan (het middelste getal bij gesorteerde waarden) meer over de werkelijkheid.
Wanneer het gemiddelde niet de beste maatstaf is
Het rekenkundig gemiddelde werkt goed als je waarden redelijk gelijkmatig verdeeld zijn. Zijn er grote uitschieters, dan kun je beter kijken naar de mediaan. Bij gegevens die in categorieën vallen, zoals de meest voorkomende schoenomvang in een winkel, gebruik je liever de modus. Het gemiddelde berekenen is dus een krachtig hulpmiddel, maar niet altijd het meest passende.
Wil je snel een gemiddelde uitrekenen zonder rekenmachine? Tel de getallen op, deel door het aantal, en rond af op de gewenste decimalen. Met die drie stappen los je de meeste situaties op, van rapportcijfers tot sportstatistieken.
